![]() |
|
|
|
Wat is EPP?EPP is een autosomale dominante erfelijke stofwisselingsziekte. Het is een zeldzame aandoening die voorkomt op ongeveer 1:100,000 mensen. Het is zo'n zeldzame aandoening dat niet veel mensen en zelfs doktoren bekend zijn met de ziekte. Het werd het eerst onderscheiden van andere ziektes in 1961 in Engeland.EPP is één uit de familie van porphyriën. Het is een aandoening die niet gepaard gaat met acute aanvallen zoals andere porphyriën, maar is eigenlijk meer een chronische aandoening. Hieronder worden verschillende onderwerpen kort besproken. Meer details kan u verder vinden onder info voor de patient, familie en de medici. De volgende korte onderwerpen vindt u hieronder: SYMPTOMEN EPP patienten zijn zeer gevoelig aan het zichtbare licht (vooral de blauwe en groene stralen). Wanneer zij zijn blootgesteld aan de zon, sterke licht of lampen krijgen pijnen dat voor uren en soms zelfs voor dagen na blootstelling kunnen duren. De patienten kunnen zich ook niet blootstellen aan het licht dat door ramen binnenvalt of dat weerkaatst wordt door bijvoorbeeld een parasol. Sommige patienten zijn ook gevoelig voor sterke lampen zoals fluorescerende lampen en TL-buizen. De symptomen zijn niet altijd zichtbaar maar de huid van de patienten kunnen rood worden, zwellingen kunnen ontstaan, hun huid kunnen onderhuidse ontstekingen veroorzaken en de patienten hebben hevige en soms branderige pijn en jeuk. Na een langdurige zonblootstelling kunnen soms blaren en huidzweren vormen samen met een toename van haargroei en pigmentatie. Sommige patienten kunnen ook galstenen krijgen die veroorzaakt worden door het ophopen van protoporphyrinen. Enkele patienten kunnen ook ernstige lever problemen krijgen. OORZAAK Alhoewel EPP geen huidziekte is maar een stofwisselingsziekte komen de meeste patienten terecht bij een huidspecialist. De symptomen uiten zich dan ook via de huid terwijl de oorzaak eigenlijk te vinden is in een chemisch proces in het beenmerg genoemd haemsynthese. Rode bloedcellen worden gemaakt in het beenmerg. Haem is het eindproduct van de haemsynthese. Haem komt als ijzerhoudende kleurstof voor in de rode bloedcellen. Het samen met rode bloedcellen voorkomende eiwit globine vormt het hemoglobine, dat een centrale rol speelt bij de zuurstofopname van het lichaam. De haemsynthese bestaat uit verschillende stappen en bij de familie van porphyriën loopt juist een stap in het proces verkeerd. Bij een EPP patient is er echter een verstoorde werking in de stap waar protoporphyrine met behulp van de haemsynthese enzyme, ferrochelatase, zich hecht aan ijzer om zich om te vormen tot haem. Bij de EPP patient komt deze laatste stap niet tot ontwikkeling waardoor protoporphyrinen zich ophopen in het lichaam (de rode bloedcellen, het beenmerg, de galblaas en soms het lever). Porphyrinen kunnen zich slecht oplossen in water waardoor het niet door de urine kan worden afgevoerd en het zich begint te ophopen in het lichaam. Omdat porphyrinen fotoactieve stoffen zijn worden de EPP patienten overgevoelig voor licht. ERFELIJKHEID EPP is een autosomale dominante erfelijke ziekte van lage penetratie. Vroeger werd gedacht dat EPP een hoge erfelijke penetratie had, dat wil zeggen dat EPP doorgegeven kan worden aan 50% van het nageslacht. Na veel studies en onderzoek in de erfelijkheid van EPP is gebleken dat EPP dominant is maar één van lage penetratie. Om te begrijpen wat dat precies inhoudt beginnen we eerst met een kleine uitleg over erfelijkheid en DNA. Ons lichaam bestaat uit cellen. Elke cel is gemaakt uit de bouwstenen van ons lichaam die wij kennen als DNA. DNA bestaat uit 46 chromosomen die bestaan uit 23 paren. Elk mens heeft de eerste 22 paren gelijk. Het laaste 23ste paar is bij vrouwen een XX paar en bij mannen een XY paar. Bij ons geslachtscellen, nodig voor bevruchten, wordt er slechts een van het paar doorgegeven. Zo de vader geeft 23 chromosomen en de moeder geeft 23 chromosomen om zo weer een totaal van 46 chromosomen te maken. Een chromosoom bestaat dan weer uit twee delen, chromatiden. Elke chromatide bevat een aantal genen met erfelijke eigenschappen. Elke gen heeft twee of meerdere uitvoering die allel zijn genoemd. In EPP is de allel dominant met een lage penetratie. Dit houdt dus in dat het allel met de EPP gene dominant is over het andere allel die recessief is genoemd. Uit onderzoek is gebleken dat de gene van EPP niet volledig overheersend is. Bij sommige patienten is het dominant door 1 gen overerving, maar bij de meeste patienten zijn 2 gen overerving nodig met een bijkomende 'splice variant'. Deze bijkomende variant met nog onbekende factor is gevonden in ongeveer 10% van de bevolking. Zo afhankelijk van welke gen je hebt gekregen kan je EPP patient zijn of ook EPP drager zijn. ![]() DIAGNOSE EPP wordt vastgesteld in patienten met een lichtgevoeligheid door middel van het testen van bloed en stoelgang. Er wordt gekeken naar de aanwezigheid van abnormaal hoge aantallen van protoporphyrinen. In tegenstelling tot andere porphyriën blijft het porphyrine niveau normaal in de urine van een EPP patient. Sommige familieleden van een EPP patient hebben een lichte verhoging in protoporphyrinen maar hebben geen symptomen. Dit suggereert het bestaan van de mogelijkheid van EPP drager. BEHANDELING EPP is op dit moment nog niet te genezen. De voornaamste behandeling is om het blootgestelde huid te beschermen. EPP patienten moeten daarom hun blootgestelde huid dan goed afschermen van het licht door extra lagen kleding te dragen, eventueel UV-werende kleding, handschoenen, hoeden en petten te dragen, en een zonnebril. Het dragen van natuurlijk materialen, vooral jeans, beschermt beter dan polyester achtige materialen. Daarnaast is het afplakken van ramen met speciale uv-werende folies ook belangrijk. Een hoge factor zonnecrème van 50+ anti UV-A en UV-B is ook aangeraden, maar niet alle patienten hebben hier baat bij. Een crème beschermt niet tegen de hogere golflengtes van stralen en juist hiervoor zijn de meest EPP patienten het meest gevoelig voor. Het nemen van beta-caroteen in hoge dosis van 50 tot 180 mg kan het lichtgevoeligheid van sommige patienten iets verminderen. Als bijwerking van het caroteen kan de huid oranje verkleuren. Op dit moment wordt beta-caroteen niet vergoedt in België. Sommige patienten ontwikkelen problemen met hun lever door het opstapelen van protoporphyrinen in de lever. Daarvoor, alle medicatie dat zwaar belastbaar is voor de lever en met name die medicaties dat de bilirubin verhinderd en tevens estrogenen moeten worden vermeden of met speciale zorg worden gegeven. Specialisten in America hebben ondervonden dat lipidenverlagende medicatie het aantal prophyrinen in het bloed verlagen. Soms wordt een verhoging in lichtgevoeligheid waargenomen na het drinken van alcohol. Daarom wordt ook aangeraden om geen alcohol te drinken of alcohol te vermijden. |